“Mijn ouders hadden een bungalow op een camping in Bredene,” vertelt Martin. “Ik was enig kind. Pas dertien jaar later is mijn broer geboren.”
Op een dag kwam er een ander gezin toe. Ook een arbeiderskoppel. De vader heette ook René, de moeder Alida. En er was een dochter: Yo. Van hetzelfde jaar.
Ze zaten samen op het einde van de camping en speelden tussen de andere kinderen. Aan de waterhoek, rond de bungalows, de hele dagen buiten. “Zij gingen veel meer naar zee, wij maar één keer per jaar. Maar we raakten toch bevriend. En onze ouders ook.”
Wat begon als vakantievriendschap, liep verder tijdens het jaar. Ze kwamen bij elkaar thuis. Met Pasen, soms met Sinksen. “Het was altijd leuk om elkaar terug te zien.”
Tot ze veertien, vijftien werden. Middelbare school, nieuwe vrienden, uitgaan. “Je wordt puber en je leert andere mensen kennen.”
Ze schreven nog brieven. “We schreven echt brieven naar elkaar.” Maar langzaam gingen ze elk hun eigen richting uit. Hij ging niet meer mee naar zee, zij ook niet. En uiteindelijk verloren ze elkaar uit het oog.
Hun ouders bleven wel contact houden. Zelfs toen Martin en Yo elk apart trouwden en kinderen kregen. “Apart getrouwd. Apart kinderen gekregen.” Het leven ging verder.
Jaren later waren ze allebei gescheiden. “Ik was al tien jaar gescheiden,” vertelt Yo. Er was geen plan om iets te beginnen. Iedereen had zijn eigen leven, zijn eigen kinderen, zijn eigen verantwoordelijkheid.
Tot er opnieuw zo’n onverwacht moment kwam. Een bezoek aan haar moeder. Een ontmoeting die niet gepland was. “Iemand die ik al jaren niet meer gezien had, maar waar ik als kind zoveel mee gespeeld heb.”
Ze zagen elkaar terug. Praatten. En van het ene gesprek kwam het andere. “En kijk,” zegt Yo, “we zijn ondertussen zestien jaar verder.”
Iemand die ik al jaren niet meer gezien had, maar waar ik als kind zoveel mee gespeeld heb.Yo
Ze wonen niet samen. “We doen nog altijd apart,” zegt ze nuchter. Maar ze kiezen wel voor elkaar. Zonder druk. Met ruimte.
Wat hen altijd verbonden heeft, zijn niet alleen hun eigen herinneringen, maar ook hun ouders. “De moeders bleven altijd contact houden.” Zelfs toen het leven hen andere richtingen uitstuurde, bleef er ergens een lijntje bestaan.
Mode is geen hoofdzaak, maar ze genieten er wel van. “We shoppen eigenlijk relatief veel,” lacht Yo. En vooral: samen.
“Meestal zitten de mannen ergens op een stoel. Maar wij shoppen graag.” Martin wandelt gewoon mee, kijkt mee, kiest mee. Dat maakt het leuk.
Brooklyn kenden ze al van vroeger, toen er nog een winkel in Antwerpen was. “Daar kende ik Brooklyn wel van.”
Van samen spelen op een camping in Bredene, naar brieven schrijven, elkaar kwijtraken en jaren later opnieuw terugvinden.
“En kijk,” zegt Yo eenvoudig, “we zijn nog altijd samen.”
Sommige verhalen maken een omweg. Maar net dat maakt ze zo sterk.
Ontdek het interview van Lucinda, Ellis & Mila. Klik verder op de onderstaande link!
We helpen jou met veel plezier verder.